Zo overleven je kamerplanten de winter

Zeg nu eerlijk: jij staat toch ook niet te popelen om koude, sneeuw en donkere dagen te trotseren? Wel, je kamerplanten denken er net zo over; de winter is echt niet hun favoriete seizoen. Geef ze daarom de komende maanden wat extra aandacht en liefde. Samen overleven jullie de winter wel.

Je trekt een extra trui aan, zit met een fleece dekentje over je benen in de zetel en knipt het licht al om zes uur ’s avonds aan. De koudste en donkerste tijd van het jaar komt eraan. Voor je kamerplanten is dit ook geen makkelijke periode. Maar als jij hen helpt, helpen zij jou. Want het is bewezen: van groen om je heen word je gelukkiger en rustiger. Met deze tips halen jullie samen stralend en wel de lente.

Een constante temperatuur graag

Dat de verwarming aan gaat, is voor kamerplanten niet echt een probleem. Veel van je groene huisgenoten zijn van tropische oorsprong, dus ze kunnen best wel wat warmte hebben. Tussen 15 en 25° C is ideaal. ’s Nachts mag het gerust een graad of vijf afkoelen, maar overdag houd je het liefst min of meer dezelfde temperatuur aan. Zet daarom de verwarming niet helemaal uit als je een weekendje weg bent. Voor je planten zijn zo’n grote temperatuurschommelingen nefast.

Vermijd tocht en hitte

Zet planten die op de vensterbank staan liever wat verder weg van het raam. Ze hebben een hekel aan tocht. Bovendien krijgt blad dat een koud raam raakt een thermische schok; het wordt bruin en valt af. Ook aan warmte die te dichtbij komt, hebben planten een broertje dood. Zet ze dus niet te dicht bij een radiator of kachel; daar is de lucht te droog.

Het helpt om eventjes te denken aan wat je zelf fijn of vervelend vindt; vaak is dat voor je planten niet anders. Met je blote voeten op een koude tegelvloer? Je moet er niet aan denken. Zo staat ook een plant niet graag op een te koude of te warme vloer. Een stukje kurk of piepschuim onder de pot is een prima ‘pantoffel’. Een plantenplateau op wieltjes – wie een beetje handig is maakt het snel zelf – is nog beter.

Licht in de duisternis

Dat de dagen kort zijn en het daglicht dus schaars wordt, is misschien wel een van de vervelendste aspecten van de winter. Ook voor planten is dat geen pretje. Ze hebben licht nodig om te overleven. Dan wordt het zoeken naar de gulden middenweg: zet je planten wat dichter bij het raam, maar ook weer niet te dicht (vanwege de tocht, weet je nog?). Op een krukje of bijzettafeltje recht voor het raam profiteren ze het meest van elk sprankeltje licht. Reserveer de lichtste plekjes in huis voor de planten die het meest naar licht snakken.

Zuinig met water….

De meeste kamerplanten lassen na een druk groeiseizoen een ‘winterstop’ in; ze gunnen zichzelf wat rust om er volgend voorjaar weer tegenaan te kunnen gaan. Tijdens die rustperiode hebben ze minder behoefte aan water. ‘Enkel gieten als het echt nodig is’ moet daarom nu je motto zijn. Om te weten wanneer dat precies is, moet je je handen – of toch minstens een vinger – vuil maken. Stop je vinger zo’n 4 cm diep in de potgrond. Voelt de aarde op die diepte nog vochtig aan, dan kun je nog even wachten met gieten. Is de aarde uitgedroogd, haal dan die gieter maar boven.

Opgelet: kamerplanten die in de winter bloeien, zijn niet in rust en geef je dus aan een normaal ritme water.

…maar niet met vocht

Met de centrale verwarming aan, daalt de luchtvochtigheid in huis. Daar worden planten niet blij van. Besproei ze daarom één keer per week met een plantenspuit.

Verhoog de luchtvochtigheid door bakjes met water aan of op de radiators te hangen of te zetten. Het helpt ook om je planten op een eilandje te zetten. Leg daarvoor een hoopje kiezels of een omgekeerd plantenschoteltje in een schaal met water. Zet je plant op het ‘eilandje’. Omdat het water rondom verdampt, profiteert de plant altijd van een verhoogde luchtvochtigheid.

Kleine details, een wereld van verschil

  • Zorg ervoor dat er altijd een volle gieter klaarstaat. Zo krijgen je groene vrienden geen ijskoud water over hun voeten.
  • Omdat planten echt naar elk kruimeltje licht reiken, kun je ze maar beter bij elke gietbeurt een kwartslag draaien. Zo voorkom je dat ze scheef groeien.
  • Zet je planten in groep bij elkaar. Zo maak je niet alleen je eigen groene jungle; de planten creëren voor zichzelf een microklimaat waar ze allemaal beter van worden.
  • Haal bruine of verdorde bladeren meteen weg.
  • Stof de bladeren van planten geregeld af, zodat ze maximaal licht kunnen opnemen. Of neem je planten af en toe eens mee onder de douche!

Foto’s: mooiwatplantendoen.nl